Onderscheid palliatieve zorg en terminale zorg

Terminale zorg situeert zich rond het bed van de patiënt wanneer het levenseinde nabij is. We zeggen dat de persoon terminaal is, of stervende.

Maar palliatieve zorg is meer dan terminale zorg. Een palliatieve patiënt staat niet noodzakelijk heel dicht bij het einde van zijn leven. De duur van de palliatieve periode kan erg verschillen volgens de ziekte en de leeftijd van de patiënt. Een vroegtijdige inschakeling van een palliatieve ondersteuningsequipe of supportteam (ziekenhuis) vergroot de levenskwaliteit. Uit onderzoek (cfr. Temel, 2010/Zimmerman, 2014) blijkt dat, naast de verhoogde tevredenheid over de zorg, tevens de levensduur met bijna drie maanden wordt verlengd wanneer er in een vroeger stadium van het palliatief proces hulp gezocht wordt.

Deze ruimere aanlooptijd geeft de mogelijkheid om de vier pijlers te exploreren en te zoeken naar wat meerwaarde brengt voor de patiënt: een betere pijn- en symptoomcontrole, een aangepaste psychosociale ondersteuning, maar ook een zoektocht naar meer verbondenheid, zingeving en verdieping. Zo wordt er niet louter probleemoplossend maar ook relatiegericht gewerkt. Door het vroeger inschakelen van palliatieve zorg kan er geanticipeerd worden op wat er nog op het pad zal komen en kan er tijdig ingespeeld worden op kantelmomenten in het proces, zoals de keuze van al dan niet een ziekenhuisopname, sondevoeding, chemo- of radiotherapie e.a.